Geschiedenis ikebana




De oorsprong van Ikebana ligt in de rituele bloemenoffers aan de geesten van overledenen in Boeddhistische tempels. Deze offers dateren al uit de 6e eeuw, toen het boeddhisme in Japan werd ge´ntroduceerd. Het boeddhisme kwam oorspronkelijk uit India, en bereikte via China Japan. Ook in India, de oorsprong van het boeddhisme, zijn bloemoffers in tempels gebruikelijk, maar daar worden de bloemen niet in bloemstukken geplaatst. Soms worden alleen de bloembladeren rondgestrooid.

In Japan begon men vanaf de 10e eeuw houders te gebruiken om de bloemen in te zetten. Men zorgde er bij de geofferde bloemstukken voor dat zowel de bloemen als de takken naar de hemel wezen, als een teken van geloof. De eersten die Ikebana beoefenden waren dan ook priesters. De eerst bekende priester die Ikebana beoefende werkte in de Rokkakudo tempel in Kyoto. Omdat deze priester aan de oever van een meer,Ikenobo, woonde werd de naam Ikenobo voortaan in verband gebracht met priesters die de kunst van het bloemschikken beoefenden. Dit is ook de naam van de oudste Ikebana school.

Tijdens het Muromachi shogunaat van Ashikaga Yoshimasa (1436 - 1490) toonde hij zijn liefde voor eenvoud in zowel grote gebouwen als in kleine huizen. De kleine woningen bevatten een tokonoma , een alkoof waar mensen objecten of bloemstukken in konden neerzetten. Tijdens deze periode werden de regels van de Ikebana vereenvoudigd, zodat iedereen van deze bloemsierkunst kon genieten. De compositie bestond uit een middelste, lange, stengel, waarnaast twee kortere stengels geplaatst werden. De drie staan onder een vaste hoek ten opzichte van elkaar (zowel van boven gezien, als van opzij ten opzichte van de verticaal). Deze drie delen symboliseren, afhankelijk van hun hoogte ten opzichte van de vaas, de hemel, de mens en de aarde. De compositie kan worden uitgebreid door niet drie stengels te gebruiken, maar groepen van stengels en andere delen van planten.

De oudste tekst die over Ikebana handelt is de Sendensho, die geschreven werd tussen 1443 en 1536. Langzamerhand verloor Ikebana zijn religieuze betekenis.

Aan het eind van de 16e eeuw, tijdens de Edo periode, kwam een nog simpeler stijl op, die "nageire" (ingooien) genoemd werd. Deze speelde een rol in de Japanse theeceremonie. De bloemen worden volgens deze stijl zo natuurlijk mogelijk in een vaas gezet. De stijl wordt ook wel cha-bana genoemd (letterlijk "thee bloemen").

Oorspronkelijk werd Ikebana dus alleen door mannen beoefend. De stoerste Samurais schrokken er niet voor terug. Later, aan het eind van de 19e eeuw, kwamen ook vrouwen in beeld. Net als de theeceremonie en kalligrafie, werd Ikebana een kunst die traditioneel door vrouwen werd geleerd als voorbereiding op het huwelijk. Tegenwoordig (2006) zijn de meest beroemde Ikebana beoefenaars in Japan nog steeds mannen.

In de jaren 1890, kort na de Meiji-restauratie die leidde tot de modernisering van Japan, kwam er een nieuwe Ikebanastijl op, die moribana genoemd werd, "'op een stapel gelegde bloemen". Deze stijl hing samen met de introductie in Japan van westerse bloemen, maar ook met het verwesterlijken van de Japanse leefstijl. De moribanastijl ging gepaard met een nieuwe vrijheid van bloemschikken. De bloemstelen worden met wiggen bijvoorbeeld in een gewenste bocht gelegd, of komen onder een hoek uit de vaas. Een Ikebana bloemstuk wordt gebruikt voor een landschap of tuin, maar kan aangepast worden aan zowel formele als informele gelegenheden. Vanaf dat moment vond Ikebana zijn weg naar de Verenigde Staten en Europa, net als de Japanse prenten.

Sogetsu

Een moderne vorm van Ikebana, de Sogetsu school, dateert uit 1929 en is expressiever dan de klassieke stijl. Dit wordt aangeduid met zen'ei ikebana' of zen'eibana.

Tegenwoordig wordt bloemschikken beschouwd als een van de traditionele Japanse kunsten. Er bestaan meer dan 2000 scholen waar Ikebana geleerd kan worden, en die ingeschreven zijn bij het Japanse ministerie van Onderwijs. Belangrijke scholen zijn naast de genoemde Ikenobo, Ohara en Sogetsu.



Ikenobo